|
Alcohol
is algemeen een sterk verdovende drug met een weinig specifieke
werking. Het verlaagt niet zozeer de werking van deze of gene
informatiemolecule, maar verdooft eenvoudigweg de neuronen
(hersen- en zenuwcellen).
De wanden van neuronen vormen complexe membranen bestaande
uit twee lagen met daartussen een vetachtige vulling. Door
deze struktuur kunnen de wanden van neuronen electrische ladingen
opslaan zoals een condensator dat doet. Zo zijn ze in staat
om diverse soorten electrische signalen op te wekken. Alcohol
verstoort deze wandstruktuur zodat de neuronen de electrische
signalen niet meer zo efficiënt kunnen afhandelen als
normaal.
Daarnaast bindt alcohol, net als Valium,
met de GABA
receptoren en heeft het aldus een roeswekkend effekt van korte
duur, vooral door het wegnemen van zorgen en angst. Dit heet
in de volksmond het "tipsy" gevoel.
Door de verdoving van de neuronen en de sterke calorische
energie van alcohol, kan de kontrole over de gevoelens sterk
verminderen, zodat alcohol vaak aanleiding geeft tot agressief
en onverantwoord gedrag.
Het gebruik van kleine hoeveelheden alcohol geldt als gezond...
De belangrijkste nevenwerkingen van overmatig alcoholgebruik
zijn de vergiftiging van de lever en het afsterven van hersencellen.
Alcohol is bijzonder verslavend. Echte alcoholverslaafden
die bijvoorbeeld als gevolg van een levercrisis moeten stoppen,
staan bloot aan trillingen, misselijkheid, braken, angst en
een snelle hartslag.
|